Mediawijsheid en web 2.0

Toen Internet ontstond werd het vooral gebruikt om informatie aan te bieden. Wetenschappelijke instituten, de overheid en later ook bedrijven en particulieren maakten websites om anderen informatie te geven. De laatste jaren is er een nieuwe trend ontstaan. Internet wordt steeds meer een plek waarbij mensen informatie met elkaar uitwisselen, via profielsites, weblogs, wiki's en allerlei sites waar je informatie op kunt slaan (in de vorm van links, favorieten, foto's, video's enz.). Deze ontwikkeling wordt web 2.0 genoemd.

Jongeren maken massaal gebruik van web 2.0: meer dan 40% van alle jongeren publiceert op de een of andere wijze op internet. De techniek ervan krijgen ze over het algemeen snel onder de knie: web 2.0 sites zijn over het algemeen erg gebruikersvriendelijk en leerlingen zijn snelle leerders van dit soort technieken. Maar leerlingen beseffen zich zelden wat de effecten zijn van hun publicatiedrift. Wat eenmaal geschreven is op het net blijft nog jaren staan. Ook het interpreteren van de informatie van anderen is lastig: voor veel leerlingen geldt dat wat op het web staat waar is. In de kerndoelen van de verschillende onderwijssoorten staat dan ook op verschillende plaatsen en in verschillende bewoordingen dat leerlingen informatievaardig moeten woorden. Maar daar blijft het niet toe beperkt.

Mediawijsheid is (volgens de Raad voor Cultuur) "het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld". Mediawijsheid is een uitgebreider begrip dan informatievaardigheden, omdat het niet alleen uitgaat van passief consumeren van media, maar juist van actief gebruik maken daarvan. Web 2.0 sites, die immers draaien om gezamenlijk publiceren en reageren op elkaar, bieden prachtige mogelijkheden om leerlingen 'mediawijs' te maken.

Op deze pagina noem ik een aantal suggesties om web 2.0 sites te gebruiken voor de les om zo leerlingen mediawijs te maken.

Profielsites/weblogs

Op een profielsite kun je - op je eigen profielpagina - vertellen wie je bent, wat je vrienden zijn en waar je je mee bezig houdt. Je kunt via je profielpagina communiceren met anderen die onderdeel zijn van het profielnetwerk. De meest bekende profielsite in Nederland is Hyves. Om (gratis) een weblog te maken kun je terecht bij Blogger of Web-log. Onderdeel van de meeste profielpagina's is een weblog: een soort dagboek op internet.
Opdrachten om met een profielsite/weblog aan de slag te gaan:

  • maak een profielpagina/weblog van een bekende (historische) persoon, bijv. een wetenschapper, een schrijver enz.
  • maak een profielpagina/weblog van een fictieve persoon die naar Frankrijk/Engeland/Duitsland is verhuisd en zijn oude (en nieuwe) klasgenoten op de hoogte houdt van het leven in zijn nieuwe woonplaats,
  • leg via je profielpagina contact met iemand in het buitenland,
  • doe via een weblog verslag van een fictieve reis door een land,
  • leg minstens één maal per week vast in een wiki wat je die week binnen of buiten school hebt geleerd en wat zinvol is voor je toekomst. Reageer ten minste één maal per week op een weblog van één van je klasgenoten.
  • naar boven

Wiki's

Een wiki is een website die bezoekers online kunnen wijzigen of informatie aan toe kunnen voegen. De meest bekende wiki is Wikipedia: een online encyclopedie. Zelf een wiki maken is niet moeilijk. Je kunt daarvoor o.a. terecht op Wikispaces, Wetpaint en Peanutbutterwiki. Op Wikispaces kun je een onderwijsaccount aanvragen waardoor je wiki's verschoond blijven van reclame-uitingen. Een vergelijking van de mogelijkheden van de verschillende wiki's vind je in de Wiki-matrix. Een wiki heeft een aantal kenmerken die voor het onderwijs van belang zijn. Elke pagina heeft een aantal tabs. Om een pagina te kunnen wijzigen moet je je eerst aanmelden bij de wiki. Daarna kun je de tab 'Edit' of 'Bewerk' aanklikken en pagina's wijzigen en opslaan. In de tab 'history' of 'geschiedenis' is te zien wie wanneer die betreffende pagina heeft bewerkt. Makkelijk voor een docent om te zien welke leerlingen actief zijn geweest. Via de history of geschiedenis kun je ook met één druk op de knop een vorige versie terughalen. Dus mocht een leerling, per ongeluk of expres, informatie hebben verwijderd dan is dat eenvoudig te herstellen. De meeste wiki's hebben daarnaast een overlegpagina ('Overleg' of 'Discussion'). Op deze pagina kunnen degenen die een bijdrage (willen) leveren aan de wiki met elkaar overleggen wat er precies geschreven moet worden of waarom een tekst goed of fout is.
Wie meer wil weten over wiki's kan de Informatiewijzer over wiki's van ICT op School downloaden.

Opdrachten over en met wiki's kunnen zijn:

  • Maak met de klas gedurende het jaar een wiki over een bepaald vak. Van elk hoofdstuk wordt door één leerling een samenvatting gemaakt. Uiteraard rouleert de beurt,
  • Maak een wiki bij een projectweek,
  • Maak je profielwerkstuk in de vorm van een wiki,
  • Gebruik een wiki om met elkaar over een onderwerp te discussiëren, bijv. het milieu, duurzaam produceren, het Midden-Oosten vraagstuk, racisme enz. Regelmatig wordt in de wiki een stelling gelanceerd waarop de leerlingen moeten reageren. De informatie uit de wiki kan gebruikt worden voor het schrijven van een betoog bij het vak Nederlands,
  • Bouw gedurende het schooljaar een wiki op van boekverslagen. Als een boek al door iemand gelezen is, dan moet de volgende lezer iets toevoegen aan het verslag dat al in de wiki staat, bijv. de eigen mening, beeldmateriaal, achtergrondinformatie bij het boek enz. Niet alleen kunnen anderen dan lezen waar het boek over gaat; ze kunnen ook zien wie de samenvatting heeft geschreven en zo contact leggen met degene die het boek gelezen heeft/hebben.
  • naar boven

Online favorieten

Natuurlijk kun je je favorieten opslaan op je eigen p.c. Maar als je je favorieten wilt delen met anderen, dan kun je ze beter online bewaren. Dat wordt ook wel 'social bookmarking' genoemd. De meeste bekende sites waar je dat kunt doen zijn Del.icio.us en FURL (Favorite URL). Een Nederlandse variant hierop, speciaal voor het onderwijs, is YURLS. Een zeer bruikbare handleiding van deze laatste is te vinden op deze site.
Bij Social Bookmarking sites kun je je favorieten online opslaan zodat andere ze kunnen raadplegen. Je kunt ook zien welke andere mensen dezelfde site als favoriet hebben opgeslagen en welke pagina's zij nog meer in hun collectie hebben. Zo krijg je heel wat tips voor verwante sites! Een aantal opdrachten rondom social bookmarking tools:

  • leg met de groep een verzameling van favorieten aan bij een vak. Geef van elke site die je opslaat aan wat in het kort de inhoud daarvan is en bedenk tags (trefwoorden) die de inhoud van de site goed weergeven. Als voldoende sites zijn gevonden moeten alle leerlingen punten toekennen aan de 3 sites die zij het beste vinden voor het vak. Degenen die de beste 3 sites hebben ingevoerd èn degenen die daarop hebben gestemd krijgen een bonuspunt bij de volgende repetitie!
  • Om te oefenen met het toekennen (en het gebruiken) van tags laat je ze raden naar elkaars tags. Laat een plaatje zien. Vraag aan drie leerlingen welk trefwoord ze hebben gegeven aan het plaatje. Degenen die hetzelfde trefwoord hebben gegeven krijgen een punt en de leerling die het trefwoord heeft opgenoemd krijgt evenveel punten als er leerlingen zijn die dat trefwoord hebben gegeven. Bij de volgende ronde mogen 3 andere leerlingen het voortouw nemen totdat iedereen aan de beurt is geweest. Degene die de meeste punten heeft, heeft gewonnen!
  • Maak een YURLS-pagina met daarop ten minste 10 websites, 3 weblogs, 5 plaatjes, 1 video en een Google-gadget over een hoofdstuk dat net behandeld is. Beoordeel de YURL-pagina van twee klasgenoten. Geef van elk van hen tenminste één compliment, stel één vraag en geef één tip hoe hun YURL volgens jou beter kan.
  • naar boven

YouTube (of andere foto- of video-verzamelsites)

Leerlingen mogen er graag rondsnuffelen of er iets leuks te vinden is: YouTube. Op YouTube kun je je films uploaden en delen met anderen. Het gebruik van bewegende beelden is helemaal van nu: je kunt zelfs vaak al met je mobiele telefoon (eenvoudige) filmpjes maken. Een goede reden om eens te kijken welke opdrachten je leerlingen kunt geven om ze bewust te maken van het medium film en hoe je dat op de goede manier gebruikt.

  • Vraag leerlingen een filmpje te maken over een bepaald onderdeel van een vak. Bijvoorbeeld een filmpje ter illustratie bij het leven in de sloot, een filmpje over je eigen omgeving enz.
  • Laat leerlingen een filmpje maken volgens een bepaald format: een reclamefilmpje, een soap (van 2 minuten), een nieuwsitem enz. Laat ze tevoren nagaan aan welke eisen zo'n format moet voldoen.
  • Laat fanatieke gamers een filmpje maken aan de hand van een game-scenario (een machinima). Kijk hier naar een zo'n gefilmde samenvatting van één van de Canterbury Tales gemaakt in de game World of Warcraft.
  • Laat leerlingen een verfilming maken van een fabel. Laat ze ter introductie een oude aflevering zien van de Fabeltjeskrant. Die zijn te vinden op de Fabeltjeskrant-website en ook op YouTube.
  • Laat leerlingen een reeks maken van 5 foto's die tesamen een verhaal vormen en die op Flick plaatsen. De ene leerling levert het verhaal in foto's; een ander schrijft er een tekst bij. Bespreek met leerlingen welke middelen een fotograaf heeft om een foto een bepaalde sfeer mee te geven.
  • Zet een foto van een kunstwerk op Flickr of vraag een leerling dat te doen. Vraag de (andere) leerlingen delen van dat kunstwerk te markeren en er hun visie of ideeën bij te zetten. Kijk hier voor een voorbeeld van een kunstles van een Amerikaanse docent.
  • naar boven

MSN, chat, mail en de mobiele telefoon

MSN'en doen de meeste leerlingen dagelijks. Zodra ze thuis komen gaat de MSN aan en wordt uitgewisseld waar ze mee bezig zijn, hooguit onderbroken voor het voeren van een - mobiel - telefoongesprek. MSN en de mobiele telefoon kunnen ook gebruikt worden voor school. Door leerlingen in de les hiermee te laten werken kunnen ook andere, moeilijke zaken bespreekbaar gemaakt worden die te maken hebben met de etiquette rond het gebruik van moderne communicatiemiddelen zoals cyberpesten. Welk communicatiemiddel gebruik je wanneer, wat kun je wel en wat niet doen? En wat doe je als je iets overkomt wat je liever niet hebt? Mogelijke opdrachten voor het gebruik van moderne communicatiemiddelen zijn:

  • Laat leerlingen een onderzoek doen door ten minste 5 mensen te ondervragen m.b.v. internet, MSN of de mobiele telefoon. Een interview afgenomen bij een expert op het betreffende vakgebied of iemand uit het buitenland levert bonuspunten op! De resultaten van zo'n onderzoek kunnen verwerkt worden in een spreadsheet, waarna de gegevens gebruikt kunnen worden voor kansberekingen.
  • Maak een sms-gedicht van exact 160 tekens. Mooie voorbeelden zijn te lezen op de site van Sofie Cerutti.
  • Maak een strip van foto's die je maakt met behulp van je mobiele telefoon, bijvoorbeeld m.b.v. de site Mobigags of Toondoo.
  • Schrijf met zijn alleen een doorvertelverhaal: de docent start een verhaal door het eerste hoofdstuk te schrijven. Hij mailt het door aan 2 leerlingen die elk een tweede hoofdstuk schrijven. Zij mailen op hun beurt het eerste hoofdstuk plus hun zelf geschreven tweede hoofdstuk door aan 2 andere leerlingen die elk er het derde hoofdstuk aan toevoegen. Ook zij mailen hun schrijfsels weer door aan anderen die er het vierde en laatste hoofdstuk aan toevoegen. Om een verhaal van 4 hoofdstukken rond te krijgen zijn exact 30 leerlingen nodig. Uiteraard worden de resultaten ergens gepubliceerd op het web.

 

naar boven