Artikelen



Websites in de catalogus; de opbouw van een digitheek.

Al ben je nog zo’n liefhebber van bibliotheken vol met boeken: een schoolbibliotheek kan daarmee niet meer volstaan. Zonder internet is een schoolbibliotheek niet meer volledig. Dat betekent dat we niet meer alleen boeken moeten opnemen in onze catalogus, maar ook websites, om op die manier een digitale bibliotheek op te kunnen bouwen, als aanvulling op de overige media. Het is daarom de hoogste tijd dat we eens nagaan hoe we websites kunnen opnemen in onze catalogus en op basis van welke criteria we websites moeten selecteren.

Laten we om te beginnen eens kijken hoe we websites kunnen opnemen in de catalogus; in een volgend artikel zal ik een aantal criteria bespreken aan de hand waarvan we geschikte websites kunnen selecteren.

In mijn eigen schoolmediatheek ben ik ruim een jaar geleden begonnen om websites op te nemen in de catalogus. Ik verzamelde interessante websites per vak (bijvoorbeeld biologie), eventueel nog onderverdeeld in kleinere onderwerpen (bijv. flora, fauna, menskunde etc.). Ik gaf die verzameling websites een eigen titel (bijv. “Biologie: websites voor het vak biologie, verzameld door de mediatheek”), en voorzag die groep websites dan van een aantal trefwoorden. Leerlingen konden hiermee zoeken zowel op vak als op trefwoord, en dat werkte in de praktijk heel aardig. Nadeel was wel dat iedere leerling per site moest bekijken welke informatie er precies in stond (de trefwoorden werden per groep toegekend), in welke taal de site geschreven was, wie de site gemaakt had, en eventueel van welk instituut/universiteit de site was enzovoort. In de praktijk bleek dus dat mijn methode niet zo handig was, vooral niet toen het aantal websites steeds groter werd. Daarom ben ik maar eens een kijkje gaan nemen in de keuken van de Koninklijke Bibliotheek en het BVE-net (eigenlijk de “tante” van Kennisnet: opgericht in 1995, en met inhoudelijk een soortgelijke doelstelling als Kennisnet).

De Dublin Core

Bij de opzet van grotere digitale databases wordt veel gebruik gemaakt van de Dublin Core metadata: een soort titelbeschrijvingssysteem voor websites. Op hun site, onder "project" en vervolgens "rapporten" vind je een beschrijving van de elementen daarvan. Zowel Kennisnet als BVE-net nemen deze standaard als uitgangspunt voor de ontsluiting van websites, maar er zijn wel een aantal verschillen zijn in de manier waarop deze wordt toegepast. Zo laat Kennisnet een aantal velden weg, maar voegt een aantal andere toe, bijvoorbeeld een veld om aan te geven om wat voor soort onderwijsmateriaal het gaat. Bij BVE-net wordt dit ingevoerd bij het Subject-veld.

Alhoewel het voor de schoolbibliotheek over het algemeen niet zal lonen een eigen zoeksysteem op de digitale database te zetten, zoals dat gedaan wordt door BVE-net en nu ook Kennisnet, kunnen we bij de beschrijving van de websites voor onze eigen catalogus wel gebruik maken van (een aantal van) de velden die ook door hen gebruikt worden.

De Dublin-Core maakt gebruik van 15 velden om een website te beschrijven. Voor de beschrijving van een website voor een catalogus, zul je wellicht niet alle velden willen gebruiken, en bovendien is het soms moeilijk om alle gegevens te achterhalen. Toch wil ik in dit artikel wel alle velden noemen, en aangeven welke gegevens in die velden geplaatst kunnen worden. Je kunt dan zelf bepalen voor je eigen mediatheek welke velden je hiervan wilt gebruiken en welke velden voor jou niet van belang zijn.

Om zoveel mogelijk gegevens van een website te achterhalen, moet je niet alleen de “voorkant” van een website bekijken, maar ook de “achterkant”, de bron. Als je bij Internet Explorer, op een website in de menubalk “beeld” aanklikt, en vervolgens “bron”, zie je hoe de pagina geschreven is. Je ziet dan de tekst van de pagina, maar ook allerlei html-codes die bijv. aangeven welke kleur de achtergrond van de pagina moet hebben, hoe de pagina is ingedeeld, welke tekst vet gedrukt moet zijn en welke onderstreept etc. Deze codes heten “tags”. Daarnaast staan er op de homepage soms ook een aantal “metatags” die bijv. aangeven wie de maker is van een website, waar de pagina overgaat, wat de trefwoorden zijn, enz. In het eerste gedeelte van de metatag (de “name”) wordt aangegeven om welke informatie het gaat (author, description, keywords etc), in het tweede gedeelte (“content”) welke waarde de metatag heeft (de naam van de schrijver, een korte beschrijving van de website, de trefwoorden die de inhoud van de website weergeven). Deze metatags ziet er dan bijvoorbeeld als volgt uit:

<META NAME = “author” CONTENT=”M.v.d. Berg”. 

Helaas is niet iedere website voorzien van deze metatags. Je zult dus soms zelf moeten proberen te achterhalen wat de juiste gegevens zijn. 

Overzicht van (mogelijke) elementen voor de beschrijving van een website

  1. Title

Bij het maken van een website is het verplicht in de HTML-code de titel te vermelden. Je vindt de  titel in de titelbalk van het venster (helemaal bovenaan op het scherm). In de broncode van de website vind je de titel tussen de tags <title> en </title>.

  1. Creator

Ook de auteur vind je vaak in de brontekst, en wel in de metatag: 
<META NAME="author"  CONTENT="degene die de pagina geschreven heeft">

Als de auteur niet via de brontekst achterhaald kan worden,  kan vaak door goed zoeken in de website achterhaald worden wie de maker is. Hoe dit moet, wordt beschreven in een cursus van de Koninklijke Bibliotheek: de internet-detective.

  1. Subject

In dit veld kun je natuurlijk je eigen onderwerpaanduidingen kwijt. Je kunt hierbij ook kijken of de maker van de website zelf trefwoorden aan de website heeft toegekend. Je vindt deze via de broncode, in de metatag “keywords”:

<META NAME="keywords"  CONTENT="trefwoorden die slaan op de pagina">

Verder kun je in dit veld je eigen trefwoorden kwijt, zoals je ook trefwoorden toekent aan boeken. BVE-net en kennisnet hebben een eigen thesaurus. De thesaurus van BVE-net kun je vinden op hun website. Voor Kennisnet wordt gewerkt met een soort boomstructuur waarin alle vakken zijn ondergebracht, en wordt verder gewerkt met vrije trefwoorden. Een verdere uitwerking van de Kennisnet-thesaurus daarvan vind je op de site van BVE-net.

Bij BVE-net wordt in dit veld ook gezet om welk soort onderwijsmateriaal het gaat, bijvoorbeeld instructie, toets, oefening, achtergrond, spel, bron, uittreksel,  handleiding, verslag, project, profielwerkstuk en praktische opdracht. Kennisnet zet deze trefwoorden in een afzonderlijk veld. In een pilot-project voor de opbouw van de database voor Kennisnet, uitgevoerd door het Freudenthal-Instituut, werd ervaring opgedaan met een aantal van deze vormtrefwoorden. Ook de daar gebruikte vormtrefwoorden kunnen een goed uitgangspunt zijn voor de opbouw van een digitale database van een schoolmediatheek.

Ook voor het “onderwijsniveau” heeft Kennisnet een apart veld. Mogelijke velden zijn daar: peuters (0-3 jaar), onderbouw (leerjaar 1, 2 en 3 basisschool), middenbouw (leerjaar 4,5 en 6 basisschool), bovenbouw (leerjaar 7 en 8 basisschool), eerste fase (leerjaar 1  en 2 VMBO en leerjaar 1, 2 en 3 havo/vwo), vmbo (leerjaar 3 en 4 vmbo), mbo (leerjaar 1 en 2 bol, leerjaar 1 en 2 bbl), mbo (leerjaar 3 bol, leerjaar 3 bbl), mbo (leerjaar 4 bol en leerjaar 4 bbl), volwasseneneducatie en speciaal onderwijs.

Tot slot kent Kennisnet een apart veld voor de  4 doelgroepen die zij onderscheiden, zoals ook te zien is op hun website: ouders, managers (waaronder overigens bij hen ook schoolmediathecarissen vallen!), docenten en leerlingen/deelnemers/studenten. Voor de school-digitheek zal waarschijnlijk de doelgroep ouders niet veel gebruikt worden.

  1. Description

In dit veld kun je een korte omschrijving geven van de website. Op sommige websites vind je in de broncode de metatag:

<META NAME="description"  CONTENT="een beschrijving van de pagina".

Deze korte omschrijving van de inhoud kun je gebruiken voor dit veld, maar vaak is dit niet handig, bijv. omdat de beschrijving niet in het Nederlands is, of omdat je vindt dat de beschrijving de inhoud van de website niet goed weergeeft. Je kunt over het algemeen beter zelf een omschrijving geven, zoals dat ook gedaan wordt bij boeken in het annotatie-veld.

  1. Publisher

In dit veld moet ingevuld worden de organisatie die verantwoordelijk is voor het publiceren en beschikbaar stellen van de internetbron in de huidige vorm. Zo is de uitgever van bijv. de al eerder genoemde Internet-detective natuurlijk de Koninklijke Bibliotheek, en de uitgever van de homepage van de school is de eigen school.

  1. Contributor

Anders dan bij de titelbeschrijving, waar illustrators, vertalers e.d. direct na de schrijver vermeld worden, worden in de Dublin Core deze medewerkers pas in dit veld in de beschrijving opgenomen. Alle medewerkers die een belangrijke maar secundaire bijdrage aan de website hebben geleverd, worden in dit veld genoemd.

  1. Date

Het datumveld is voor de beschrijving van een website van groot belang, omdat dat ook een belangrijk criterium is om een website te beoordelen (in een volgend nummer kom ik hierop terug). In het datumveld wordt de datum van totstandkoming of beschikbaarstelling van de internetbron vermeld. Betreft het een herziene versie (update) van een bestaande internetbron, dan wordt hier de datum van de herziening ingevuld.

  1. Type

In dit veld kun je aangeven om wat voor soort informatie het gaat: tekst, plaatjes enz. De Dublin Core werkgroepen hebben een voorstel gedaan voor een gecontroleerde lijst. De lijst kent de volgende types:

A. Text: bestanden die voornamelijk uit tekst bestaan, bijv. boeken, brieven, dissertaties, gedichten, kranten, archieven van mailinglisten.

B. Image: de inhoud van de website bevat vooral twee-dimensionale afbeeldingen: plaatjes, maar ook schilderijen, animaties, diagrammen

C. Sound: de website is voornamelijk audio, bijv. mp3-muziekbestanden, (historische) voordrachten, geluiden

D. Data: informatie die gecodeerd is in lijsten, tabellen, databases etc.

E. Software:computerprogramma’s die beschikbaar zijn voor installatie op een computer (.exe-bestanden).

F. Interactive: Bestanden die interactief zijn, d.w.z. een actie van de gebruiker vragen, bijv. formulieren die ingevuld moeten worden, maar ook spelletjes enz.

G. Physical Object: Drie-dimensionale objecten of bestanden die niet primair tekst of afbeelding zijn, bijv. de drie-dimensionale afbeelding van een piramide of van een sculptuur.

In sommige websites komen verschillende elementen in gelijke mate voor. Bijvoorbeeld een website met teksten over geschiedenis (text), waarbij een aantal historische redevoeringen ook te beluisteren zijn (audio) en waarop foto’s te vinden zijn van bepaalde situaties (image). Als er geen duidelijk overheersend bestandstype te vinden is, dan kunnen in dit veld de bestandstypes die in belangrijke mate voorkomen, genoemd worden.

  1. Format

In dit veld wordt het dataformaat van de bestandsbron genoemd, bijv. image, gif 640x512 pixels of image, gif 4kB. Een overzicht van bestandsformaten kan gevonden worden op de site van DONOR. Dit veld kan van belang zijn omdat dit eisen kan stellen aan de hard- en software die nodig is om de internetbron op het scherm te krijgen (bijv. de juiste schermresolutie).

  1. Language

In dit veld wordt vermeld in welke taal de internetbron is geschreven. Voor veel leerlingen een heel belangrijk gegeven!

  1.  Copyright

Dit veld van de Dublin Core kan gebruikt worden om aan te geven bij wie het copyright van de internetbron berust.

  1. Identifier

In dit veld moet de URL (Uniform Resource Locator), het adres van de website, ingevuld worden.

  1. Source

Als de internetbron afkomstig is van een andere bron, dan mag dat hier vermeld worden door het noemen van een datum, auteur of maker, formaat enz. Voorbeeld: het is mogelijk om een "Source" datum 1603 in een omschrijving van een in 1996 gemaakte verfilming van een stuk van Shakespeare te gebruiken. In dit veld wordt vermeld waar de internetbron eventueel van afgeleid is. Als dit artikel een website zou zijn, zou in dit veld bijvoorbeeld vermeld worden: afgeleid van de Dublin Core, zoals te vinden op URL http://www.kb.nl/coop/donor/. Maar ook kan gezegd worden dat het gaat om een gedigitaliseerde versie van een gedrukte bron, bij voorkeur met vermelding van het ISBN/ISSN-nummer van die gedrukte bron.

Het veld "Source" mag niet gebruikt worden als de huidige bron de orginele is.

  1. Relation

Een identificatie van een tweede bron (d.m.v. bijv. een URL) en de relatie met de huidige Internetbron, bijvoorbeeld een editie van een internetbron (IsVersionOf), een vertaling van een werk (IsBasedOn), een hoofdstuk van een elektronisch boek (IsPartOf), een bron die naar de internetbron verwijst (IsReferencedBy) enz. Een compleet overzicht van deze optie, vind je op de site van de Dublin Core. Binnen DONOR-verband (o.a. K.B.) wordt alleen de relatie  IsPartOf gebruikt.

  1. Coverage

Dit veld geeft een indicatie van de ruimte en de tijd die betrekking hebben op de inhoud van de internetbron. Dit veld is eigenlijk vergelijkbaar met de tijd- en geografische aanduidingen binnen de SISO. Binnen de Dublin Core wordt aangeraden hiervoor gebruik te maken van een thesaurus van plaatsnamen en tijdsperiodes, en alleen daar waar noodzakelijk gebruik te maken van numerieke aanduidingen zoals lengte- en breedtegraden of jaartallen. 

De praktijk van de schoolmediatheek

Natuurlijk zal, zoals eerder  gezegd, het niet zinvol zijn voor iedere website al deze informatie boven water te halen. Wel zou ik iedereen aan willen raden toch tenminste een aantal velden in te vullen, zoals de velden titel en auteur, uitgever, datum, taal en copyright. Als deze gegevens namelijk bekend zijn, is het vaak ook veel makkelijker een website op waarde te schatten. Als bekend is dat een website is uitgegeven door bijvoorbeeld het RIOD (Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie), dan heeft die informatie een andere waarde dan wanneer de uitgever de Israelische krant Haaretz is. Als ik weet dat een website over economie is geschreven door prof. Dr. A. Heertje, dan kijk ik daar anders naar dan een website die geschreven is door een mij onbekende auteur. Dateert een website over bijvoorbeeld de invoering van de Euro van twee jaar geleden, dan zal die website wel gebruikt kunnen worden bij de beschrijving van het hele traject van de invoering van de Euro, maar niet bij een verhaal over de huidige stand van zaken over deze munt.

Met andere woorden: door zoveel mogelijk velden in je catalogus op te nemen, stel je de gebruiker in staat op een snelle manier al een eerste indruk te krijgen van de inhoud, maar ook van de waarde van een website. In een volgend artikel ga ik in op hoe  je verder een website kunt beoordelen.

 Studiehuis, 4 (2001), 1

naar boven