Artikelen
Leesbevordering voor computernerds
Al jarenlang zijn schoolbibliothecarissen gewend om leerlingen naar de bibliotheek te halen. Ze doen mee met (kinder-)boekenweek-acties, stimuleren leerlingen om mee te doen met de Jonge Jury en als de actie “doe maar, dicht maar” weer begint, komen vele inzendingen binnen via de schoolbibliotheek. Ze hangen posters op, en attenderen de docenten Nederlands op allerlei leesbevorderende activiteiten in de buurt. Kortom: ze zetten zowel leraar als leerling aan optimaal gebruik te maken van de faciliteiten die de bibliotheek biedt.
In de afgelopen jaren hebben vele schoolbibliotheken zich getransformeerd van bibliotheek tot mediatheek. Beeld- en soms ook geluidsmateriaal was soms al in beperkte mate voorhanden, maar de hoeveelheid materiaal op dat gebied is in de afgelopen jaren vaak veel groter geworden. Daarnaast hebben bijna alle schoolmediatheken nu een aantal computers binnen de muren, die ook nog eens toegang bieden tot een gigantisch grote hoeveelheid tekst-, beeld- en geluidsmateriaal. En alhoewel de meeste mediathecarissen met deze apparaten goed om kunnen gaan, staan ze er vaak toch nog wat onwennig tegenover voor wat betreft het gebruik op het gebied van leesbevordering. De computer wordt ingezet om gegevens op te slaan (de geautomatiseerde catalogus), om informatie op te zoeken (op cd-rom of op internet), of te bewerken, maar daar blijft het toch meestal bij. Terwijl de mogelijkheden van de computer zo goed benut zouden kunnen worden bij leesbevordering, en met name bij leerlingen die niet zoveel op hebben met boeken, maar wel met computers. En dat is juist een groep leerlingen die we vaak zo graag aan het lezen zouden hebben.
Veel mensen associëren internet vooral met de exacte vakken. Minder bekend is dat internet ook heel goed gebruikt kan worden bij de (moderne) talen. Allereerst is er veel informatie te vinden over vreemde talen en literatuur (woordenboeken, grammatica-overzichten maar ook boekbesprekingen van Nederlandse en Franse, Duitse en Engelse leerlingen), maar ook kan internet gebruikt worden als communicatie-medium door gebruik te maken van sites waarop gechat kan worden. Er kan gechat worden binnen een klas, maar ook kan contact gezocht worden met een groep leerlingen van een andere school, in Nederland of in het buitenland.
Veel leerlingen zijn dol op chatten via internet, en dat medium kan heel goed benut worden als we leerlingen willen laten lezen. Het is namelijk heel eenvoudig om een chatsessie op te zetten. Tussen leerlingen van één klas, maar ook tussen leerlingen van verschillende klassen, van verschillende scholen, of zelfs uit verschillende landen.
Het gebruiken van chatrooms is erg eenvoudig. Je kunt daar chatten met grote groepen, maar je kunt ook in kleinere groepjes gaan chatten. In de meeste gevallen wijst het gebruik van chatrooms zichzelf in de praktijk, maar wie behoefte heeft aan een cursus op dit gebied kan terecht op de website van BVE-net. Een goed startpunt voor een chatsessie kunt u vinden op deze website.
Ook voor de lessen vreemde talen kan er gechat worden. Over literatuur, maar ook over tevoren afgesproken onderwerpen. Het kan heel interessant zijn om met een groep Engelse leerlingen te praten over het Engelse onderwijssysteem. Leerlingen oefenen zo hun taalvaardigheid en maken tegelijkertijd kennis met een andere cultuur.
Voor de vreemde talen kun je kijken bij de diverse edities van de onderwerpsgids Yahoo, bijv. voor Frankrijk, voor Duitsland en voor Engels de Amerikaanse versie. Via het European Schoolnet kan een partnerschool in het buitenland gezocht worden waarmee gechat kan worden.
Op diverse ROC's is ervaring opgedaan met dit klassikale chatten, en men is daar zeer tevreden over deze mogelijkheid. Als resultaten van het chatten wordt daar o.a. genoemd:
Ø Leerlingen maken kennis met een nieuwe manier van communicatie
Ø Leerlingen leren een taal toe te passen, vergroten de functionele taalvaardigheid
Ø Leerlingen oefenen met spelling en met zinsbouw
Ø Leerlingen krijgen inzicht in eigen tekorten en willen deze verbeteren (bijv. typevaardigheid)
Ø Leerlingen ontdekken dat schrijven (bijna) spreken is en omgekeerd
Ø Er kan een interculturele uitwisseling plaatsvinden door belangstelling voor elkaar.
Ø Door anonimiteit komen ook "gevoelige onderwerpen" op tafel (leerlingen kunnen zich ook afzonderen van de groep en in een aparte chatroom verder praten)
Ø Leerlingen leren dat ze kunnen kiezen om wel of niet te reageren: autonomie veroorzaakt door anonimiteit
Ø Leerlingen leren de etiquette-regels van internet, en lopen daardoor minder gevaar als ze zelfstandig het net op gaan.
Degene die meer informatie wil over dit onderwerp, kan eens een kijkje nemen op de website van BVE-net , waar uitgebreid beschreven staat hoe een dergelijk project heeft gedraaid op een aantal ROC's.
Een andere, minder directe manier om internet te gebruiken voor de lessen in de moderne talen, is het opzetten van een leeskring via internet. Via een leeskring krijgen de leerlingen niet direct reacties, maar zit er wat tijd tussen de verschillende opmerkingen. Nadeel is dat het vaak wat minder enthousiasmerend werkt, maar voordeel is dat leerlingen vaak wat langer nadenken voordat ze reageren en daardoor vaak ook wat zorgvuldiger reageren. Een leeskring kan opgezet worden om een bepaald boek in een groep te bespreken, maar ook om bijvoorbeeld een discussie los te maken over een bepaalde stelling. Zo kan er gediscussieerd worden over de stelling “het boek De geschiedenis van mijn kaalheid is geschreven door Arnon Grunberg; Marek van der Jagt is een alter ego van Arnon Grunberg”.
Bij de z.g. kringen van kennisnet en bij Blackboard kan ruimte op internet aangevraagd worden voor een dergelijke leeskring. Deze blackboards/kringen zijn eigenlijk de geautomatiseerde versie van het ouderwetse schoolbord. Op dit schoolbord mag op bepaalde delen alleen de leider van de groep informatie schrijven; op andere delen mag iedereen informatie kwijt. Deze “kringen” zijn opgezet volgens een vast systeem. Op het blackboard is ruimte ingedeeld voor “Announcements”: mededelingen van de groepsleider. Op dit gedeelte van het bord kunnen opmerkingen geplaatst worden van de groepsleider aan de deelnemers, bijv. over wanneer bepaalde informatie ingeleverd moet zijn. Een tweede deel van het bord is gereserveerd voor “Course Information”. De bedoeling is dat hier aangegeven wordt wat het doel is van de kring; in dit geval dus de stelling waarover gediscussieerd moet worden, en eventueel wat tips voor leerlingen waar ze op moeten letten. In het deel “Course Documents” kunnen relevante documenten geplaatst worden, bijv. recensies van het boek, of krantenartikelen enz. Het meest belangrijke gedeelte van het blackboard is het gedeelte “Communication”. Op dit gedeelte mag iedereen informatie kwijt, en daar wordt ook de uiteindelijke discussie gevoerd. Wel is de leider gerechtigd, mocht dat nodig zijn, bepaalde informatie hier weg te halen. Op deze manier kan binnen een klas of tussen meer klassen een discussie gevoerd worden over een dergelijk onderwerp. Als het zo ontstane discussie-materiaal gebruikt mag worden voor de boekverslagen, dan zul je zien dat leerlingen graag deelnemen hieraan.
Natuurlijk vereist het gebruik van deze kringen enige vaardigheid van de leider in het gebruik hiervan, maar die is niet zo heel moeilijk aan te leren. Ga maar eens een kijkje nemen bij de verschillende open kringen op Kennisnet. Je kunt je aanmelden als gast, en kunt dan eens kijken hoe anderen gebruik maken van deze faciliteit.
Als dat toch te moeilijk is, of je wilt direct aan de slag gaan, dan is het ook mogelijk een soort leeskring op te zetten via het eigen netwerk van de school. Je maakt een map aan met daarin een document waarin je de stelling neerzet, en eventueel wat documenten met interessante informatie om erbij te bekijken. In het document zet je ook je email-adres, waarnaar leerlingen hun reactie op de stelling kunnen sturen. De binnengekomen mail zet je vervolgens, bij voorkeur dagelijks, in de map. Daarbij kun je als je veel reacties binnen krijgt, bijvoorbeeld een document maken met reacties vóór de stelling, en een document met reacties tegen de stelling.
Als de school een eigen website heeft, is het leuk om wat resultaten van de leeskring op de website te plaatsen. Veel leerlingen zullen het leuk vinden om hun opmerkingen met hun naam eronder op de schoolwebsite te zien staan.
Studiehuis, 4 (2001), 1
