Artikelen



"Always look on the bright side of life"[1]

 29 maart 2001. De lente is een week geleden begonnen en de kracht van de zon begint al toe te nemen. Zoonlief komt enthousiast thuis. “Mam, ik heb een 9 voor dictee op mijn rapport en een 8 voor tekenen. En voor schrijven heb ik een 7. Goed hè?” Doordat het zonnetje schijnt en ik weet dat hij de laatste tijd veel tijd op zijn kamer heeft doorgebracht, ben ik in eerste instantie geneigd hem luid te prijzen. Maar ik ken hem een beetje, dus helemaal vertrouwen doe ik het niet. Had ik niet laatst van zijn leerkracht gehoord dat hij wel zijn best doet, maar dat hij toch niet helemaal de juiste methode te pakken heeft? En dat zijn cijfers soms toch wat tegenvielen? Ik vraag hem dus maar eens naar het totale rapport. Ja hoor, daar komt de aap uit de mouw. Hij heeft geen woord gelogen, maar wel een paar dingen achterwege gelaten. Voor taal een 9, maar voor rekenen heeft hij een 2. En hij zit misschien wel vaak boven zijn boeken, maar hij lijkt er soms toch weinig van te begrijpen, gezien zijn cijfer voor begrijpend lezen. Als ik hem erover spreek roept hij dat hij nu weliswaar een 2 heeft voor rekenen maar voor wiskunde zal hij later vast wel een beter cijfer krijgen. En over dat begrijpend lezen hoef ik echt niet in te zitten. Wacht maar totdat hij doorgaat in de vreemde talen: dan zal hij eens laten zien dat hij het allemaal best begrijpt. Ik besluit hem toch maar eens ernstig toe te spreken.

Eveneens op 29 maart komt Minister Hermans met zijn “Actualisatie Onderwijs on line”, de voortgangsrapportage over ICT in het onderwijs. In zijn aanbiedingsbrief staat klinkende taal: “Er is de afgelopen tijd veel bereikt. Scholen zijn volop bezig ICT in het onderwijs te implementeren. Scholen de ruimte geven blijkt te werken. Hierbij laat de overheid de scholen natuurlijk niet aan hun lot over. Zij zorgt voor voldoende financiële middelen en neemt verantwoordelijkheid voor zaken die de individuele school te boven gaan”. Het klinkt als een klok en je zou bijna gaan geloven dat het onderwijs, bijgestaan door het Ministerie van OCenW, al heel ver is met het gebruik van ict in het onderwijs. Maar als je goed het rapport leest, dan blijkt dat ook Minister Hermans soms geneigd is de situatie wat al te rooskleurig te beschrijven. Er staat geen woord in dat onwaar is, maar er missen wel een aantal zaken in zijn verslag. Misschien moet het onderwijsveld, hem hierover eens ernstig spreken….!

Maar laten we eerst eens het rapport van Minister Hermans bekijken.

Het rapport: de stand van zaken

Het rapport valt uiteen in een aantal delen. Na een inleiding wordt eerst een beschrijving gegeven van de huidige stand van zaken. Vervolgens geeft de minister aan hoe de hierin gesignaleerde knelpunten aangepakt worden, en welke verdere ontwikkelingen op het gebied van ict van de minister verwacht kunnen worden.

De minister is van mening dat in de afgelopen tijd veel is bereikt. De infrastructuur op de scholen is verbeterd en het computergebruik neemt toe. In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs stijgen de verwachtingen over de bijdrage van ict aan het onderwijs. In de beroeps- en volwasseneneducatie is het streven erop gericht om door middel van het gebruik van ict de kwaliteit van de opleiding te verbeteren. Bij de lerarenopleidingen is het doel van het gebruik van ict tweeledig. Enerzijds wordt het ingezet om studenten vertrouwd te maken met de ict-toepassingen die worden gebruikt in de beroepspraktijk. Anderzijds gebruikt men ict als middel om de kwaliteit van het eigen onderwijs te verbeteren.

De investeringen in ict in het basis- en voortgezet onderwijs zijn het afgelopen jaar gestegen met resp. 8,5% en 15%. De investeringen in het bve-veld en bij de lerarenopleidingen zijn afgelopen jaren gedaald. In het bve-veld wordt die daling vooral veroorzaakt door lagere uitgaven voor de aanschaf van apparatuur; de daling in de uitgaven bij de lerarenopleidingen komt vooral op het conto van verminderde uitgaven voor scholing, met name van extern ingekochte scholing.

Leerlingen in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs en studenten aan lerarenopleidingen geven aan steeds meer plezier te beleven aan het werken met computers. In het primair onderwijs is 35% van de leerlingen bekend met internet, in het voortgezet onderwijs is dat 75% en voor bve-deelnemers ligt dat percentage op 69%.

Steeds meer leraren in het primair onderwijs staan positief tegenover de mogelijkheden die ict in het onderwijs te bieden heeft. Ook het bve-management is overtuigd van de noodzaak en de didactische waarde van ict-toepassingen in het onderwijs.  Alleen bij de lerarenopleidingen geven de docenten aan minder dan voorheen te verwachten van ict in het onderwijs. Een groot deel van de docenten (in het bve-veld 43% en bij de lerarenopleidingen zelfs 50%) geeft aan geen goed beeld te hebben van de mogelijkheden die ict te bieden heeft voor het eigen onderwijs. Scholing op het gebied van ict vindt voornamelijk plaats door middel van informele contacten  tussen leraren en verschillende vormen van interne scholing. Steeds minder gebeurt dit via externe nascholing.

De minister onderscheidt een aantal knelpunten en behoeften. Deze worden uitgesplitst naar de verschillende sectoren. In het basisonderwijs is het voornaamste knelpunt de infrastructuur. Er is behoefte aan moderne apparatuur en aan geschikte programmatuur. Ook gebrek aan onderwijskundige kennis en vaardigheden om computers te kunnen gebruiken en gebrek aan tijd en technische ondersteuning blijven knelpunten.

In het voortgezet onderwijs lijken de belangrijkste knelpunten af te nemen. Het grootste knelpunt lijkt het gebrek aan passende programmatuur te zijn. Er is te weinig geld om een ict-coördinator aan te kunnen stellen. Daarnaast zijn er nog steeds te weinig ict-werkplekken voor docenten en volgens ict-coördinatoren beschikken docenten over te weinig kennis en vaardigheden om ict goed in het onderwijs te kunnen integreren.

De beroeps- en volwasseneneducatie heeft voornamelijk behoefte aan nascholing van docenten. Daarnaast is er ook voor deze sector, net als voor de overige sectoren, nog te weinig geschikte programmatuur beschikbaar.

Wat kunnen we nog verder verwachten?

De minister geeft in het vervolg van het rapport aan welke aandachtspunten er zullen zijn in de komende periode. Allereerst is daar het punt van deskundigheidsbevordering. Docenten in alle sectoren geven aan niet voldoende op de hoogte te zijn van de toepassingsmogelijkheden van ICT. Om de kennis op dit gebied te bevorderen is er het Digitaal Rijbewijs voor Onderwijsgevenden (DRO). Daarnaast is op kennisnet tegenwoordig een Didactobank met praktijkvoorbeelden van lessen en er zijn diverse samenwerkingsverbanden en uitwisselingsverbanden op dat gebied, zoals de Easy Content Community, die docenten in staat stelt zelf interactief lesmateriaal en toetsen te maken en onderling uit te wisselen.

Een tweede probleem waar de minister zich in de komende periode voor gesteld ziet, is de zeer beperkte beschikbaarheid van geschikte methoden en programmatuur. Op dat gebied is natuurlijk al wel actie ondernomen bijv. door de afspraken met 4 grote uitgeverijen om vanaf het schooljaar 2001/2002 via kennisnet ruim 200 sites met lesmateriaal beschikbaar te stellen. Daarnaast zullen er expertisecentra ingericht worden op het gebied van digitale leeromgevingen, NT2 en culturele vakken.

Ook aan infrastructuur zal de komende periode aandacht besteed moeten worden, met name op het vlak van het beheer daarvan. De samenwerkende werkgevers hebben het initiatief genomen om een Informatie en Advies Centrum (IAC) op te zetten. Dit centrum gaat scholen ondersteunen bij eventuele praktische en technische problemen.
(N.B. Deze stichting heeft m.i.v. mei 2001 een andere naam gekregen: Stichting ICTopSchool)

Met het oog op het groeiend aantal gebruikers (nu gemiddeld 100.000 per dag) neemt minister Hermans ook de verdere inhoudelijke ontwikkeling van kennisnet ter hand. De site is recent nieuw vorm gegeven en er zijn een aantal nieuwe onderdelen bijgekomen. Zo zijn er tegenwoordig een Cultuurplein en een Internationaal Plein, op het gedeelte voor managers is er een pagina “Schoolknip” met financiële informatie en voor systeembeheerders en ict-coördinatoren is er op kennisnet een Servicepunt waar informatie gevonden kan worden over (de voortgang van) de aansluitingen op kennisnet.

Om de relatie tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheden op het gebied van gebruik van ict in het onderwijs te bevorderen,  wordt in 2001 een “Nationaal Platform Onderwijs en Samenleving” opgericht. Gekeken wordt of op kennisnet een plek kan worden ingericht waar de kennis en ervaring samenkomen van de expertisecentra, landelijke pedagogische centra, schoolbegeleidingsdiensten, het Nationaal Platform Onderwijs en Samenleving.

Is het leven werkelijk zo zonnig?

De beschrijving die het rapport geeft is zeker niet onjuist. Maar is het beeld ook compleet? Daar kan de lezer zo zijn vraagtekens bij zetten.

De minister raakt maar kort aan de problemen die er zijn rond de uitrol en performance van kennisnet. Hij heeft weliswaar gezegd op dit punt afspraken gemaakt te hebben met nl.tree, maar die afspraken lossen niet alle problemen op die het onderwijsveld heeft met de structuur van kennisnet. Een deel van die problemen is door een groep ict-coördinatoren verwoord in een brief aan de minister op 11 maart 2001. Hierin stellen zij dat niet alleen de snelheid waarmee nl.tree de aansluitingen verzorgt achterblijft bij hetgeen toegezegd is, ook de betrouwbaarheid van de aansluitingen stelt teleur. De snelheid binnen kennisnet zelf is voldoende, maar wie via kennisnet het internet op wil, wordt geconfronteerd met zeer stroperige verbindingen. Extra diensten zouden vervolgens de meerwaarde van kennisnet duidelijk moeten maken.

Overigens heeft ook de Netwerk Gebruikersgroep Nederland, een platform voor professionele netwerkgebruikers, een onderzoek gedaan onder leden die werkzaam zijn in het onderwijs èn aangesloten zijn op kennisnet. De respondenten, voor 60% afkomstig uit het voortgezet onderwijs en 27% uit het bve-veld, kwamen tot een eindoordeel van 4.4 op een schaal van 1 tot 10. De geboden bandbreedte scoorde bij hen 5,3, de beschikbaarheid van de verbinding leverde een 4,6 op en de helpdesk 4,5. Opvallend is dat zij de opleidingen en trainingen waardeerden met 3,4 en het dienstenpakket 3,9. Ook de groep ict-coördinatoren hebben in hun brief aangegeven dat dit aspect van kennisnet volgens hen nog ver beneden de maat is.

Ook in andere opzichten is de rapportage van de minister wel erg zonnig. Zo wordt gesteld dat de site www.kennisnet.nl op dit moment gemiddeld 100.000 bezoekers per dag telt. Dat aantal zal ongetwijfeld juist zijn, maar er wordt niet bij verteld hoeveel procent van die bezoekers de site direct weer verlaat om door te gaan op het internet. Velen zullen de site hebben ingesteld als startpagina, maar hoeveel van die bezoekers gebruiken de site ook daadwerkelijk?

De minister schrijft dat vele projecten zijn opgestart, en dat is waar. Maar wat hebt u aan die projecten als de resultaten hiervan u slechts spaarzaam bereiken? Zo zijn er voor de ict-netwerkprojecten openbare kringen ingericht op kennisnet. Maar wie daar een kijkje gaat nemen, zal zien dat lang niet al die kringen ook worden bijgehouden. En wees eens eerlijk: wie van u is op de hoogte van het bestaan van de Didacto-bank, de webwandelingen, de Easy Content Community, de Vakwijzer en de Kringen? Gesprekken met de bezoekers van de Regionale ICT-onderwijsdag in Rotterdam waar ik onlangs was, doen mij het ergste vermoeden. En het zijn toch niet de minst geïnteresseerden die zo’n dag bezoeken! Bovendien zijn niet alle ontwikkelingen een succes. Zo hoorde ik op diezelfde dag veel bezwaren tegen de “aapjes” op de scholierenpagina. Bijna iedereen vond ze erg leuk, maar velen vonden ze niet erg makkelijk om mee te werken. Veel scholieren, zo werd gezegd, raakten door de apen het spoor bijster!

Een aantal conclusies die getrokken worden in de verschillende onderzoeken, worden in de actualisatie niet verder toegelicht. In de secundaire analyses ict-monitor wordt de volgende constatering gedaan: “in het voortgezet onderwijs is de omvang van het computergebruik in de afgelopen jaren nauwelijks is veranderd”. Gezien de enorme financiële inspanningen die gedaan zijn, vind ik dit toch wel teleurstellend. Hierover staat in de actualisatie: “in het voortgezet onderwijs is de groei van het gebruik van computers in de klas minder sterk dan de toename van het aantal computers en de ict-vaardigheden van de leerlingen”. Alhoewel deze constatering niet onjuist is, proef ik toch een duidelijk nuance-verschil tussen beide uitlatingen.

En wat dacht u van de volgende uitlatingen? In de actualisatie staat over het primair onderwijs: ‘Er zijn ook gebieden met weinig veranderingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het computergebruik door leraren buiten de les, de ict-vaardighedenvan leraren en de houding van leraren te opzichte van ict. Op deze gebieden zijn de onderlinge verschillen verkleind. In de secundaire analyses ict-monitor wordt hierover gezegd: “het ontbreken van ontwikkelingen bij het merendeel van de scholen heeft de achterblijvers in de gelegenheid gesteld om hun achterstand op deze gebieden te verkleinen”. Waar in de actualisatie de nadruk wordt gelegd op het feit dat achterstanden worden ingehaald, wordt in de analyses beklemtoond dat dit veroorzaakt wordt door het feit dat er op het merendeel van de scholen geen progressie wordt geboekt op dat punt.

Conclusie

Het rapport over de voortgang van “Onderwijs on line” is zeker interessant om te lezen. Het geeft een beeld van de taken waar de minister zich in de komende periode voor gesteld ziet. De ontwikkelingen rond nl.tree zijn duidelijk zorgwekkend. Dat is ook door minister Hermans onderkend en hij heeft daarover dan ook nieuwe afspraken gemaakt met nl.tree. We kunnen alleen maar hopen dat zij zich aan deze afspraken wel kunnen houden. De site kennisnet ontwikkelt zich sterk. Alhoewel lang niet iedereen hiermee bekend is, en sommige ontwikkelingen zeker niet naar ieders tevredenheid zijn, is het duidelijk dat er in ieder geval nu een start is gemaakt met de ontwikkeling van een bruikbaar product. Zeker als de minister er in slaagt om via kennisnet ook een behoorlijke hoeveelheid geschikt educatieve software aan te bieden, zal de waarde van deze site aanzienlijk stijgen.

Maar voor wie meer wil weten over de stand van zaken, is het raadzaam ook achterliggende documentatie te lezen, zoals de ict-monitor (en het artikel daarover in Vives, 2000, nr. 13 (nov.)), de schoolportretten en de secundaire analyses ict-monitor. Ook is het interessant om te lezen wat computervakbladen[2] die niet aan het onderwijs gebonden zijn schrijven over met kennisnet. De minister laat een groot deel van deze commentaren in zijn rapport jammer genoeg liggen. Onduidelijk is daarom of hij deze opmerkingen nu al of niet ter harte neemt. Door deze kritische geluiden in zijn rapport te verwerken had hij kunnen aangeven dat hij zich bewust is van de problemen die leven in het werkveld. In het huidige rapport gaat hij daar voor een deel aan voorbij en lijkt hij zich vooral te richten op de geweldige mogelijkheden die in het verschiet liggen. Vergelijkbaar dus met mijn zoon die vertelt welke cijfers hij volgend jaar denkt te gaan halen. Hij heeft inmiddels door dat hij daarvoor eerst de bestaande cijfers op een aanvaardbaar niveau moet krijgen. Maar hoe zit het met minister Hermans?

Vives, 2001, 19 (mei)


[1] Uit de film "the life of Brian" van Monthy Python. Tekst en muziek te vinden op: http://www.ironworks.com/comedy/python/bright.htm  

naar boven