Artikelen
Koop de auto van je dromen:
Over min of meer levensechte opdrachten en internet
Er is een nieuw hulpmiddel in de educatieve strijd gegooid om structuur te geven aan zoeken op internet - of in gedrukte media: zoals gebruikelijk is de term uit het Engels geleend en is er nog geen goede vertaling voor: webquest. Een introductie.
Index
Internet: leuk maar weinig functioneel
Webquests: een concept om gestructureerd onderzoek te doen met internet
Voorbeeld
De opbouw van een webquest
Wat heb je nodig om een webquest te maken?
Webquests als middel voor lessen media-educatie of voor lessen voor het gebruik van de mediatheek
Tijd
Bronnen
Sites over webquests of om zelf webquests te maken
Overzichten van webquests
Noten
Internet: leuk maar weinig functioneel
Hoe vaak hoor je niet van docenten dat het gebruik van internet misschien de interesse heeft van leerlingen, maar dat het ook hopeloos tijdrovend is. Leerlingen (en vaak ook zijzelf) zoeken uren naar de relevante informatie. Opdrachten die gegeven worden, waarbij leerlingen zelf informatie moeten zoeken op internet mislukken daardoor soms jammerlijk. Er zijn (te) veel uren gestoken in het zoeken naar informatie, waardoor voor de uiteindelijke verwerking van de opdracht veel te weinig tijd overbleef.
De conclusie van die docenten is dan vaak dat internet niet bruikbaar is voor de les. De antwoorden die gezocht moesten worden staan immers vaak letterlijk in de studieboeken van de leerlingen. Internet is tijdverlies, en die kostbare tijd gaat af van de beschikbare tijd voor de verdieping van de leerstof, is de snelle conclusie.
Waarschijnlijk hebben die docenten daar gelijk in. De informatie die nodig is voor de gewone lessen staat over het algemeen in de leerboeken. De leerlingen kunnen daar snel de informatie vinden. Dus laten ze internet voor wat het is, en houden ze het bij de conventionele lessen met behulp van de gewone leerboeken. Het is natuurlijk op te lossen door zelf de juiste internetbronnen op te zoeken en die aan de leerlingen voor te leggen. Dat kost de leerkracht wel extra tijd, maar heeft als voordeel dat leerlingen het vaak wel leuk vinden om op internet aan de slag te gaan. Maar veel meer dan dat zal het niet opleveren en het is de vraag of deze extra motivatie wel opweegt tegen de extra activiteiten die de docent moet ontplooien.
Webquests: een concept om gestructureerd onderzoek te doen met internet
Een methode die in 1995 is ontwikkeld aan de San Diego State University door professor Bernie Dodge in samenwerking met Tom March is het concept van de webquest of webzoektocht. De webquest is een poging om structuur te geven aan onderzoek doen via internet. De doelstelling van de webquest is niet dat leerlingen een aantal vragen beantwoorden, maar dat ze met de gevonden informatie een product maken. Dit product kan een oplossing voor een probleem zijn, maar ook een hypothese of een ontwerp voor een poster of het maken van een maquette.
Dat klinkt allemaal heel ingewikkeld, maar waar het in feite op neerkomt is dat een groep leerlingen een opdracht krijgt uit het ‘gewone leven’: niet een schools vraagstuk, maar een echte vraag die opgelost moet worden. Dat vraagstuk moet vervolgens niet met leerboeken opgelost worden, maar met behulp van échte bronnen zoals websites maar ook folders van bedrijven, plattegronden enzovoort. Bij de oplossing van het probleem krijgen de verschillende leden van de groep allemaal een eigen taak, waarbij ieder zich moet gaan verdiepen in verschillende aspecten van het probleem. Alleen als de teamleden goed samenwerken kan het probleem opgelost worden. Tot slot moet het probleem en hun oplossing daarvan gepresenteerd worden aan anderen buiten de groep (en niet alleen de docent), zodat de groep feedback krijgt van anderen.
Niet elke opdracht die leerlingen laat zoeken op internet, is een webquest. Vaak gaat het in werkelijkheid om een web-based mini-cursus. Hoewel het in beide gevallen om activiteit gaat waarbij gezocht wordt op internet, bestaat er tussen die twee een wezenlijk verschil in aansturing en uitkomst. In een webquest staat centraal wat de ontwerper van de webquest wil laten maken. Een levensechte opdracht, die bijna ongemerkt allerlei leeractiviteit oproept, en waarbij het eindproduct aan bepaalde kwalificaties moet voldoen. Binnen die kwalificaties zijn er echter een groot aantal verschillende uitwerkingen mogelijk. Het product van die opdracht staat voorop, de leeractiviteiten die het gevolg zijn van het maken van het product zijn het - toevallige - neveneffect. Minicursussen zijn gedacht en ontworpen vanuit wat de ontwerper wil laten leren en de uitkomst van de opdracht staat vast. De leeractiviteit staat dus voorop en er is maar één uitwerking mogelijk.
Er zijn webquests die bedoeld zijn om in één tot drie lesuren afgerond te worden, de kortdurende webquests, maar ook zijn er webquests die een langere tijd in beslag nemen: één tot vier weken werken in een klassensituatie. Deze laatste vorm legt daarmee veel beslag op de beschikbare lestijd, en dat zal voor de meeste docenten een reden zijn om te kiezen voor een kortdurende webquest. Ook voor bijvoorbeeld lessen media-educatie, waarvoor over het algemeen maar heel weinig lestijd beschikbaar is, zal daarom over het algemeen de voorkeur uitgaan naar een kortdurende webquest. In dit artikel zal ik me daarom tot deze vorm van webquests beperken.
Voorbeeld
Om het concept te verduidelijken eerst een voorbeeld. Een groep leerlingen krijgt als opdracht om hun eerste auto te gaan aanschaffen. Een situatie die ze wellicht ooit in het echt ook zullen meemaken. Ze verkopen daarvoor de scooter die ze nu hebben. Daarvoor moeten ze een advertentie of aanplakbiljet ontwerpen. Bovendien zetten ze hun huidige spaargeld op een spaarrekening zodanig dat ze na drie jaar voldoende geld hebben voor een eerste aanbetaling op de auto.
Vervolgens moeten de leerlingen tien auto’s selecteren die ze aanstaan en die ze kunnen betalen. Ze maken daarvan een vergelijking en selecteren daaruit drie auto’s. Ze moeten dan in kaart brengen wat de maandelijkse lasten van deze auto’s zijn: verzekering, wegenbelasting enzovoort.
Voor het restantbedrag moeten de leerlingen een keuze maken voor de financiering daarvan. De garage heeft een aanbod voor een maandelijkse afbetaling, maar ze kunnen ook kiezen voor een lening bij de bank.
Het resultaat van hun keuze en de manier waarop ze de financiering gaan regelen moet gepresenteerd worden aan de klas.
Om de opdracht tot een goed einde te brengen krijgen de leerlingen een overzicht van de bronnen die ze kunnen gebruiken. Natuurlijk internet, maar ook folders van banken, de Geldgids van de Consumentenbond, folders van autodealers enzovoort. kunnen als bronnenmateriaal ingezet worden.
De opbouw van een webquest
Webquests bestaan altijd uit de volgende elementen:
a) Inleiding. In de inleiding kan de leerling zich oriënteren wat hem te wachten staat.
b) Opdracht. Er zijn allerlei opdrachten mogelijk, bijvoorbeeld het oplossen van een probleem, het vervaardigen van een folder of het verdedigen van een standpunt tijdens een presentatie. Een webquest wordt o.a. aantrekkelijk door uit te gaan van een levensechte situatie waarbij de leden van de groep die de webquest uitvoeren ieder een aparte taak krijgen. Zo kan een lid als ‘onderzoeker’ optreden, een tweede als spreker enzovoort. De meeste leerlingen vinden het prettig iets tastbaars te presenteren: een folder, presentatie, website enzovoort. Door het resultaat belangrijk te laten voorkomen (van deze presentatie hangt af of jouw bedrijf ook de feitelijke opdracht krijgt) zal de leerling over het algemeen extra gemotiveerd worden.
c) Verwerking. Voor de verwerking van de opdracht wordt de leerling een stappenplan aangeboden: welke stappen moeten gezet worden om de opdracht te volbrengen?
In dit blok kun je ook aanwijzingen geven hoe de leerlingen de verzamelde informatie moeten verwerken en organiseren. Je kunt bijvoorbeeld een soort vragenlijst toevoegen waarmee de leerling de informatie kan analyseren. Maar het kan ook een controlelijst zijn die de leerling kan gebruiken om te zien of hij alles gedaan heeft.
Verder wordt in dit deel aangegeven welke taken de verschillende groepsleden krijgen. Ook is het handig om aan te geven hoeveel tijd voor de verschillende onderdelen vrijgemaakt moet worden. Dit om te voorkomen dat de leerlingen zich verliezen in details en later in tijdnood komen.
d) Bronnen. Voor de webquest draagt de leerkracht zelf relevante bronnen aan.
Alhoewel de webquest aanvankelijk ontwikkeld is als met internet als hoofdinformatiebron (1), kun je natuurlijk ook besluiten andere informatiebronnen te gebruiken: tijdschriften, boeken, kaarten, naslagwerken enzovoort.
e) Beoordeling. In de webquest wordt vooraf aangegeven op welke punten gelet zal worden. Gaat het om een groepscijfer of worden de leerlingen individueel beoordeeld? Daarbij kan je natuurlijk je beperken tot de juistheid van de verstrekte informatie, maar je kunt ook andere punten aan de orde laten komen: is het eindresultaat aantrekkelijk gepresenteerd, is de geboden informatie goed geselecteerd, geanalyseerd en verwerkt, hoe is de samenwerking geweest in de groep enzovoort (2).
f) Evaluatie. Tot slot van de webquest verdient het wordt geëvalueerd wat de leerling heeft geleerd als hij de opdracht goed heeft uitgevoerd. Je kunt daartoe zelf een aanzet geven (bijvoorbeeld: ‘je weet nu waar je op moet letten als je op zoek gaat naar informatie in een website’), maar je kunt ook de leerling zelf aan de slag laten gaan. Zo kun je hem vragen wat hij van de webquest heeft geleerd, maar ook of hij vindt dat hij de opdracht goed heeft aangepakt, of dat hij het een volgende keer anders zou doen, welk onderdeel van de webquest hij het meest of het minst heeft gewaardeerd enzovoort.
Wat heb je nodig om een webquest te maken?
Is het nu nodig om zelf kennis te hebben van HTML om een webquest te maken? Die vraag is eenvoudig te beantwoorden: nee. Je kunt eenvoudig een webquest maken met een tekstverwerker, bijvoorbeeld Word. Dit programma kan tekstbestanden omzetten in HTML-bestanden. De webquest hoeft dan alleen nog maar op het intranet van de school of op internet gezet worden. Ook kun je op internet allerlei kant-en-klare sjablonen (formats) vinden waarmee je een webquest kunt maken. Je hoeft dan alleen zelf de inhoud van de webquest in te vullen, en de opdracht is klaar (3). Wat je wél moet kunnen is zoeken op internet en in andere media. Je moet namelijk zelf in staat zijn om de relevante bronnen te selecteren om ze aan te kunnen bieden aan de leerlingen.
Webquests als middel voor lessen media-educatie of voor lessen voor het gebruik van de mediatheek
Omdat in het concept van webquests het omgaan met media al ingebakken zit, leent deze methode van leren zich ook uitstekend voor lessen in gebruik van de media of voor lessen media-educatie. Wil je een dergelijke webquest ontwerpen, dan zul je een levensechte situatie moeten bedenken waarin gezocht moet worden naar de oplossing van een probleem. Je zult voor jezelf eerst moeten formuleren welke vaardigheden of welke kennis je de leerlingen aan wilt leren: wil je ze leren zoeken in de catalogus en met de in de mediatheek aanwezige naslagwerken, of is je doelstelling bijvoorbeeld om ze de waarde van de verschillende media met elkaar te laten vergelijken?
In het eerste geval zou je een opdracht moeten formuleren waarbij de leerlingen in de verschillende media op zoek moeten gaan. Voorbeeld: je hebt een bedrijf dat themafeesten organiseert. Er komt iemand van een culturele organisatie bij je die een literair feestje wil laten organiseren voor het personeel. Ze kiezen ervoor een feest te maken waarbij de sfeer van verschillende jeugdboeken centraal staat. Er zijn drie zalen. De schrijvers die zij hebben uitgekozen zijn Federica de Cesco, Hadley Irwin en Diana Lebacs. Elke zaal zal aangekleed worden in de sfeer van het land dat beschreven wordt in één van de boeken van de betreffende schrijfster. Iedere zaal krijgt een eigen motto in de vorm van een spreekwoord dat past bij het gekozen boek. Jouw bedrijf moet het feest organiseren. Om het personeel in de goede sfeer te brengen zal er tevoren een folder worden uitgebracht waarin informatie gegeven wordt over de landen waarin de boeken spelen en over de betreffende schrijfster en haar boeken. Behalve de folder die aan het personeel gestuurd zal worden, wil het bedrijf een uitgewerkt plan hebben voor het feest, waarin van iedere zaal wordt aangegeven welk boek centraal staat, hoe de sfeer van het boek vorm gegeven zal worden en welk spreekwoord de zaal gaat krijgen.
Om deze opdracht goed te kunnen verwerken moeten de leerlingen zoeken in de catalogi van de mediatheek naar de schrijfsters en hun boeken, ze zullen in de boeken met samenvattingen of op internet moeten zoeken naar de inhoud van de boeken en daar een passend spreekwoord bij moeten zoeken m.b.v. een spreekwoordenboek. Om meer te weten te komen over de verschillende landen zullen ze zich moeten oriënteren m.b.v. encyclopedieën en atlassen.
Een webquest over media-educatie zou bijvoorbeeld kunnen luiden: je bent docent op een school. Je hebt tot nu toe altijd met conventionele schoolboeken gewerkt, maar je krijgt van de leerlingen en hun ouders steeds vaker vragen of er niet wat modernere media gebruikt kunnen worden, zoals websites i.p.v. schoolboeken. Over een week is er overleg met de sectie. Jij bent verantwoordelijk voor de keuze van de studiematerialen voor volgend jaar. Tijdens het sectie-overleg moet je aangeven welke leermiddelen je volgend jaar wil gaan gebruiken voor het onderwerp ‘de VOC’, en welke criteria je daarvoor hebt gehanteerd. Je hebt daarbij de keuze uit de boeken De kleurrijke wereld van de VOC van I. Akveld, uitgegeven t.g.v. het VOC-jaar, het boek Gouden Handel van Wim Wennekes, de websites www.400jaarvoc.kennisnet.nl en www.rnw.nl/special/nl/html/400jaarvoc.html en een stapeltje verzamelde folders van musea die je hebt verzameld. Belangrijk is dat je aangeeft waarom je voor welke uitgever hebt gekozen, en voor welke inhoudelijke informatie.
Bovengenoemde opdrachten zijn natuurlijk alleen maar grove concepten voor webquest. De webquest zal veel verder uitgewerkt moeten worden, voordat hij geschikt is voor gebruik in de praktijk. En natuurlijk zijn er ook veel meer en veel betere voorbeelden te bedenken dan deze. Laat je fantasie de vrije loop en probeer zelf eens wat opdrachten te bedenken!
Tijd
Het opzetten van een dergelijke webquest kost natuurlijk behoorlijk wat tijd. En ook het uitwerken van de webquest door de leerlingen kost tijd. Tijd die je als mediathecaris lang niet altijd hebt. Geen tijd om een dergelijk project te ontwikkelen en vaak nog minder het benodigde aantal lesuren om de quest uit te laten werken. Dat betekent dat je voor de opzet van een dergelijk project de steun moet zoeken van anderen binnen de school. De directie om de webquest binnen het curriculum in te plannen, docenten om een gezamenlijke quest te ontwikkelen zodat je wellicht over een deel van hun lesuren kunt beschikken en de systeembeheerder en of de maker van de schoolwebsite om je te verzekeren van een plaatsje voor je webquest op het intranet/internet. Alleen met de nodige steun is het mogelijk om een dergelijk omvangrijk project te verwezenlijken.
Bronnen
Martin van der Maas & Anco van Moolenbroek. Educatieve webpagina’s maken. Gouda, Driestar College, 2002.
John Demmers. Webkwestie Onderwijs. Bergen op Zoom: Basisschool De Krabbenkooi, 2002.
Tom March. Webquests for learning. 2002.
Sites over webquests of om zelf webquests te maken- De ‘moeder’ van de webquests: de site van de San Diego State University. Op deze website een pagina met ‘training materials’: theorie over webquests, de didactische onderbouwing ervan, handleidingen hoe zelf een webquest te bouwen en zelfs een webquest over webquests, bedoeld om de webquest bekend te maken bij onderwijsgevenden. Ook is hier een pagina met allemaal kant-en-klare formats om zelf een webquest te bouwen.
- Op het Driestar College in Gouda worden intern cursussen gegeven over het bouwen van educatieve webpagina’s, waaronder de webquest. Op deze pagina veel praktisch bruikbare tips om zelf aan de slag te gaan. Aardig is dat op de site ook een ‘analyse van de WebQuests’ te vinden is, een webquest voor de Cursus Educatieve Webpagina’s Ontwerpen. De opdracht hiervan is zelf een aantal webquests te evalueren aan de hand van een aantal criteria. Deze criteria zijn uitstekend geschikt om zelf webquests te beoordelen voor eigen gebruik.
- een invulformulier waarop je alle onderdelen van een webquest kunt voorbereiden. Prima hulpmiddel om je gedachten te bepalen.
- Deze site van het APS bevat een aantal Nederlandstalige ‘formats’, zowel in Word als in Frontpage, die je kunt gebruiken om een webquest te maken.
- Talenquests zijn webquests voor de moderne vreemde talen. Op deze site o.a. een lesmodel voor talendocenten om zelf een webquest te maken.
-
Een geoquest is een variant op de webquest, die speciaal is ontwikkeld voor het aardrijkskundeonderwijs. Op deze site zowel de theoretische onderbouwing van het fenomeen geoquest als sjablonen om zelf een geoquest te maken.
- Alhoewel deze verzameling ‘webkwesties’ bedoeld is voor het primair onderwijs, verdient de pagina toch een plekje in dit overzicht. Hij bevat namelijk een heel goede inleiding op wat een webquest is, en hoe die gemaakt moet worden.
- Op deze site van leren.nl een apart hoofdstuk over en met webquests.
- Het Nova College heeft een praktische handleiding gemaakt hoe je m.b.v. Word 97 een webquest maakt.
Overzichten van webquests
- De verzameling webquests van Bernie Dodge van het San Diego State University. Bevat honderden webquests op alle vakgebieden. Natuurlijk wel Engelstalig, wat voor veel leerlingen een beperking zal zijn.
- Voorbeelden van geoquests.
- Pagina van het APS met o.a. webquests op het gebied van de talen, science en wiskunde en geschiedenis.
- Deze site, ‘Queeste’, is onderdeel van de geschiedenispagina van het Bonhoeffercollege. De hier gegeven webquests sluiten nauw aan bij de leerstof voor het vak geschiedenis. Onderwerpen als Propaganda in de 1e en 2e wereldoorlog, en Vrouwenkiesrecht zullen menig schoolbibliothecaris bekend voorkomen!
- Een overzichtelijk aanbod van talenquests, ingedeeld naar taal en naar sectoren van het onderwijs (beroeps- en volwasseneneducatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs 12-16 en voortgezet onderwijs 15-18).
- Webquests voor de Engels, Frans, Nederlands en Spaans. Deze site is tot stand gekomen door een samenwerking tussen studenten, docenten en medewerkers van Fontys Hogescholen in Tilburg, het Maasland College in Oss, het pleincollege Bisschop Bekkers in Eindhoven en Escape Educatieve Software.
-
Het Maasland College heeft ook een eigen pagina met webquests voor de moderne vreemde talen (Duits, Frans, Engels, Nederlands en Spaans). De webquests zijn ingedeeld op taal en op niveau: onderbouw havo (klas 1, 2 en 3), onderbouw vwo (klas 1, 2 en 3), bovenbouw havo klas 4, bovenbouw vwo klas 4, bovenbouw havo klas 4/5, bovenbouw vwo klas 5/6.
- In deze digitheek een grote verzameling van webquests voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs. De webquests zijn ingedeeld op vakgebied, met over het algemeen daarbij een aanduiding van het niveau.
- Overzicht van webquests ontwikkeld door het Driestar College.
- De Hogeschool Alkmaar Opleiding Leraren Basisonderwijs laat de pabo-studenten zelf een webquest ontwerpen. Op deze pagina een overzicht van de resultaten die soms ook goed bruikbaar zijn voor de brugklassen of onderbouw vmbo.
- Een webquest over de Waddenzee die aansluit bij de leerstof voor 3vmbo-bl uit het biologieleerboek Biologie overal van uitgeverij EPN.
Noten
1. Definitie van de webquest volgens Bernie Dodge:
‘A WebQuest is an inquiry-oriented activity in which some or all of the information that learners interact with comes from resources on the internet, optionally supplemented with videoconferencing.’
Op de website van het Driestarcollege is deze te vinden:
‘Een WebQuest is een onderzoeksgeoriënteerde activiteit waarin sommige of alle informatie die leerlingen gebruiken afkomstig is van bronnen op het internet.’
2. Een goed overzicht van beoordelingscriteria is te lezen op de site van John Demmers: Webkwestie.
