Webquest over webquest
Het is vrijdag het 6e uur. De bibliotheek is rustig totdat de deur opengaat en de docent geschiedenis binnenkomt. Achter hem aan komen 30 leerlingen die met veel lawaai uitzwermen tussen de kasten, uit jouw zicht. De docent ziet er lichtelijk vermoeid uit, en doet verwoede pogingen de klas aan het werk te krijgen. Het is dezelfde opdracht als vorig jaar: maak een werkstuk over het oude Griekenland, over de Romeinen of over Egypte. Dit uur mogen de leerlingen gebruiken om materiaal te zoeken daarvoor. Jij zucht: er zijn maar 5 boeken over die onderwerpen in de bibliotheek en de leraar wil zijn leerlingen geen gebruik laten maken van de computers omdat ze dan volgens hem veel te veel tijd kwijt zijn met zoeken naar informatie.
Jij en je collega bibliothecaris willen graag af van dit soort klassebezoekjes die altijd leiden tot chaos. Jullie hebben gehoord van een nieuwe didactische aanpak: de webquest is een methode waarbij de leerlingen gestructureerd aan de slag gaan met bronnenmateriaal. Jullie besluiten dat jullie de docent willen laten kennismaken met deze aanpak zodat hij kan kiezen of hij volgend jaar weer op dezelfde manier aan de slag wil of dat hij kiest voor deze nieuwe didactische werkvorm.
1. Om te beginnen gaan jullie onderzoeken wat een webquest is. Je kijkt hoe een webquest in elkaar zit en hoe elk onderdeel vormgegeven moet worden.
2. Vervolgens ga je aan de slag met deze methode. Je maakt (op papier of digitaal) een opzetje voor een webquest over het oude Griekenland, over de Romeinen of over Egypte.voor de docent. Je hoeft het niet volledig uit te werken: het wordt per slot van rekening een les van de docent dus het volstaat om een opzetje te maken waarin je aangeeft welke onderdelen de webquest moet bevatten en hoe hij die vorm zou kunnen geven.
3. Tot slot maak je een lijstje met voor- en nadelen van deze aanpak en vormt je eigen mening over de webquest, zodat je met de docent in discussie kunt gaan over welke aanpak het beste zou zijn. Onderbouw je verhaal waar mogelijk met de didactische ideeën van Marzano.
Je verdeelt de taken als volgt: één van jullie twee zoekt uit wat een webquest is m.b.v. de bronnen A en B. Met het materiaal dat dit oplevert gaat de ander aan de slag om de opzet voor de webquest te maken, bijv. met bron C. Tot slot maken jullie samen het lijstje met voor- en nadelen en jullie spreken af wie het gesprek aangaat met de docent.
Let op: je krijgt zowel een beoordeling voor je prestatie als team als een beoordeling voor je prestaties afzonderlijk. Je uiteindelijke beoordeling is het gemiddelde van deze beide cijfers. Bijvoorbeeld: voor je prestatie individueel krijg jij een 7 en je teamgenoot een 8. Voor de groepsprestatie krijgen jullie een 8. Dat betekent dat jij als eindcijfer een 7,5 krijgt en je teamgenoot een 8.
Voor de individuele beoordeling krijg je voor het onderdeel dat je alleen gemaakt hebt (onderdeel 1. of 2.) een cijfer. Bij de beoordeling van 1. is belangrijk dat je de juiste onderdelen hebt benoemd en of je hebt aangegeven waarop je moet letten bij het schrijven van die onderdelen. Onderdeel 2. wordt beoordeeld op de volledigheid, op de uitwerking van de informatie die gegeven is in opdracht 1.
Onderdeel 3. wordt beoordeeld als groepsprestatie. Dit wordt beoordeeld op volledigheid: heb je alleen eindconclusies of heb je per onderdeel aangegeven wat de voor- en nadelen zijn? Heb je waar mogelijk ook aangegeven hoe je eventuele nadelen kunt omzeilen? Heb je een duidelijk verband kunnen aangeven met het gedachtengoed van Marzano?
Je hebt geleerd wat een webquest is en je hebt aan den lijve ondervonden hoe het is om te werken. Je weet wat de voor- en de nadelen zijn van deze aanpak en kunt nu zelf kiezen of deze manier van werken altijd geschikt is voor jouw eigen lessen, of dat je soms liever gebruik maakt van een andere manier van werken.



